Uiterlijk doet ertoe. Of je het leuk vindt of
niet: mooie, charmante mensen worden positiever benaderd. Maar geldt
dit ook in de politiek? Politiek-digitaal onderzocht of er een verband
bestaat tussen de fysieke aantrekkingskracht van de kandidaat
Kamerleden en hun electorale succes. Tijd voor de resultaten.
Waarom zijn
Barbie en Ken mooi? Uit evolutie-onderzoek blijkt dat we bepaalde
fysieke kenmerken krijgen en andere verliezen. We houden niet van korte
benen. Wel van lange mensen, grote ogen en vierkante schouders. Barbie
is al miljoenen jaren een trend; 'mooi' is tamelijk universeel en
meetbaar. Het diepgewortelde stereotype is dat mooie mensen op allerlei
gebieden succesvoller zijn. Eerder werd onderzoek gedaan naar fysieke
kenmerken die maken dat een politicus wordt beoordeeld als dominant,
assertief of als een leider. Politiek-digitaal analyseerde de afgelopen
maanden het verband tussen de fysieke aantrekkingskracht van de
kandidaat Kamerleden en hun electorale succes.
Zijn politici mooi? Nee, politici zijn niet mooi. Sinds 11 februari
hebben de bezoekers van Politiek-digitaal.nl meer dan een half miljoen
keer gestemd op het uiterlijk van één van de kandidaat Kamerleden en de
uitkomsten zijn schokkend. Met een gemiddelde waardering van 3,76 op
een schaal van 0 tot 10 en een standaardafwijking van 0,62 mag gesteld
worden dat de kandidaat politici niet erg aantrekkelijk gevonden
worden. Alle waarden lagen tussen 2,65 en 5,85.
Rechts
zien we een spreidingsdiagram van de gestandaardiseerde scores op
uiterlijk. De uitschieters ten positieve zijn te vinden bij het CDA,
GroenLinks en de SP:
- Mirjam Sterk (CDA)
- Nicolien van Vroonhoven-Kok (CDA)
- Naima Azough (GroenLinks)
- Jolanda Gooiker (SP)
- Marianne Langkamp (SP)
- Rosita van Gijlswijk (SP)
Het
zijn allemaal vrouwen. Miss Nederland 2001, Irene Pantelic, scoort wel
duidelijk boven het gemiddelde, maar is vreemd genoeg geen uitschieter.
Aan de negatieve kant zijn er niet echt uitschieters te zien, maar dit is duidelijk het terrein van de mannen van CDA en LPF:
- Jan de Vries (CDA)
- Wim van de Camp (CDA)
- Rikus Jager (CDA)
- Jim Janssen van Raay (LPF)
- Ferry Hoogendijk (LPF)
- Harm Wiesma (LPF)
Het CDA is zowel vertegenwoordigd met mooie jonge meisjes aan de ene
kant als met onaantrekkelijke mannen aan de andere kant. Het zal bij
het CDA dus waarschijnlijk niet aan de fotograaf gelegen hebben.
In het rapport van de Kiesraad
staat het aantal stemmen per kandidaat aangegeven. In de figuur rechts
staan de gestandaardiseerde waarden in een spreidingsdiagram zonder de
lijsttrekkers. Hier zijn de uitschieters veel opvallender. Gerrit Zalm
heeft buitengewoon veel voorkeursstemmen gekregen, bijna half zoveel
als de toenmalige lijsttrekker van de VVD Hans Dijkstal. En ook Jeltje
van Nieuwenhoven (PvdA) is een grote uitschieter. Daarachter ligt een
bredere groep van kandidaten die duidelijk hoger scoren met daarin
Annemarie Jorritsma (VVD), Bas van der Vlies (SGP), Wouter Bos (PvdA)
en Femke Halsema (GroenLinks).
Is er een verband tussen uiterlijk en electoraal succes? Nee, de
fysieke aantrekkingskracht van de kandidaten heeft nauwelijks
verklarende waarde; de verklaarde variantie bedraagt 2%.
(Standaardfout: 0,61) Wanneer niet alleen de lijsttrekker, maar ook de
twee opvolgende - de meest bekende gezichten - mensen worden weggelaten
neemt de verklaarde variantie af, niet toe. Wie veronderstelt dat de
kandidatencommissies zich meer door uiterlijk laten leiden, omdat zij
deze mensen beter van gezicht kennen, komt ook bedrogen uit. Met
uiterlijk wordt slechts 2% verklaard van iemands plaats op de
kandidatenlijst. De plaats op de lijst zelf is een sterkere verklaring
voor het aantal stemmen dat een kandidaat krijgt, maar ook niet meer
dan 7%.
Uiterlijk is géén factor van betekenis. Dit mag niet verbazen, want wie
kent deze mensen eigenlijk? En er staan (nog) geen pasfoto's op het
kiesbiljet. De paar honderd tot paar duizend stemmen die de meeste
individuele kandidaten krijgen zijn misschien wel gewoon afkomstig van
hun vaders en moeders, opa's en oma's, vrienden en voormalige
klasgenoten. Het uiterlijk van kandidaten doet er niet toe, omdat de
meeste kandidaten geen gezicht hebben.